Hardheid
De hardheid van tegels:
De hardheid van tegels wordt uitgedrukt in eenheden op de schaal van Mohs'
| 00= |
talk |
| 06= |
kwarts (zand) |
| 07= |
topaas |
| 10= |
diamant |
Hardheidsnormen worden zowel voor onverglaasde als verglaasde tegels gehanteerd, voor glazuren geldt 5-6 naar Mohs voor biscuits geldt 6-7 naar Mohs.
De test wordt uitgevoerd op zichtvlakken van tegels, indien het oppervlak gekrast wordt door kwarts (7) krijgt het oppervlak van de tegel de norm Mohs 6, indien dit niet zo is Mohs 7.
Chemische eigenschappen: Er zijn normen op het gebied van vlekbestendigheid, bestendigheid tegen huishoud chemicaliën, bestendigheid tegen zuren en alkaliën. (EN 106) Bij een zuurbestendige toepassing moeten de tegels ook zuurbestendig verwerkt worden, hierbij is met name de toe te passen voeg belangrijk. In de meeste gevallen zal voor een twee componenten voegmassa moeten gekozen worden.
Bestendigheid tegen vocht en temperatuurverschillen: Er zijn normen op het gebied van thermische schokken, vorstbestendigheid en haarscheuren. (EN 202, EN 104) Tegels met een porositeit minder dan 0,5 % zijn vorstbestendig, de tegels dienen echter ook vorstbestendig verwerkt te worden. Het is van belang of tegels bestand zijn tegen grote temperatuursverschillen. Indien tegels aan gevels op terrassen verwerkt worden, moet men er rekening mee houden dat donkere tegels veel meer zonnewarmte opslaan dan lichte. De uitzettingscoëfficiënt speelt dan een rol, ondergrond en lijmkeuze zijn hierbij van groot belang.
Slijtweerstand groepen:
De slijtweerstand groepen voor geglazuurde keramische tegels zoals overeengekomen door CEC en EUF (Londen, maart 1979) zijn als volgt ingedeeld:
Aanbevolen toepassingen
Klasse 1: Tegels op plaatsen waar men voornamelijk op schoeisel met zachte zolen dan wel blootsvoets loopt en waar geen krassend vuil voorkomt. (Bijvoorbeeld bad- en slaapkamers in de huishoudelijke sector en die niet direct van buitenaf toegankelijk zijn).
Klasse 2: Tegels op plaatsen waar men loopt op zachtgezoold dan wel normaal schoeisel en waar bij uitzondering een geringe hoeveelheid krassend vuil aanwezig kan zijn. (Bijvoorbeeld kamers in de woonsfeer van het huis, maar met uitzondering van keukens, ingangen en andere ruimten die tamelijk intensief kunnen worden gebruikt).
Klasse 3: Tegels op plaatsen waar men wat frequenter en met normaal schoeisel loopt terwijl er een geringe hoeveelheid krassend vuil kan zijn. (Bijvoorbeeld hallen, keukens, balkons).
Klasse 4: Tegels op plaatsen waar een zodanig verkeer bij aanwezigheid van krassend vuil plaats vindt dat de omstandigheden behoren tot de zwaarste waarvoor geglazuurde keramische vloertegels nog geschikt zijn. (Bijvoorbeeld ingangen, werkruimten, horecabedrijven, tentoonstellings- en verkoopruimten, zowel als andere ruimten in openbare en private gebouwen die niet zijn genoemd bij de klasse 1, 2 en 3).
De definities zijn geldig voor de gegeven toepassing onder normale omstandigheden. De vloeren dienen door het aanbrengen van vuilvangers (matten, roosters) bij de ingangen van gebouwen naar behoren te worden beschermd tegen inlopen van krassend vuil. In gevallen waar geglazuurde tegels niet geschikt zijn vanwege zeer zwaar verkeer en ook vanwege het niet kunnen vermijden van krassend vuil, kunnen ongeglazuurde, hardgebakken tegels worden gebruikt.
In de praktijk zullen de aanduidingen 1 tot en met 4 op de markt gebrachte geglazuurde vloertegels corresponderen met de hierboven omschreven kwaliteitsaanduidingen. Sommige fabrikanten hebben de neiging een klasse 5 toe te passen. Dit is verwarrend aangezien de PEI-test uitsluitend van toepassing is op de geglazuurde vloertegels.
|